Reisplakboek

De kleermaker van Zinder

Zinder (uitgesproken op z'n Frans) is een typische Sahelstad in Niger. Het ligt op de doorgaande weg die in de oost-west richting door Niger loopt. Deze weg ligt op de meest logische plek: op de grens van de woestijn en het groene, nattere gebied. Zou hij in de woestijn liggen, dan zou hij erg vaak inzanden; het nattere gebied kent dan weer waterproblemen in de regentijd. Het is dus nooit goed, of het deugt niet; ga je er een beetje tussenin zitten, dan valt het meestal mee.Sahellandschap met boom in Niger
Als je deze weg volgt naar het oosten toe heb je dus links van je de woestijn, rechts de savanne; soms kun je dat ook zien. En soms slingert de weg een beetje het droge gebied in en dan ligt er ineens zand op.
Het is een asfaltweg en de conditie is erg wisselend. De uitdrukking 'kippenest' voor gat in de weg (nied de poule) wordt hier vaak spottend omgezet in 'struisvogelnest'. Soms zijn er stukken asfalt weggeslagen in de regentijd, die gaten achterlaten die groot genoeg zijn om er een ezel in te laten verdwijnen. Een groot voordeel van motorrijden is dat je maar op één wiel hoeft te letten en zo slalommen we vrolijk om de gaten heen.

Als we Zinder inrijden, weten we al dat we er een dagje zullen willen blijven. De afgelopen nacht hebben we zwaar weer gehad en de nok van onze tent is een stukje ingescheurd... dat zullen we moeten repareren. En Gerben's woestijnbroek met de paarse kevlarstukken begint zware slijtage te vertonen tussen de kevlarstukken in. De spijkerstof op de bovenbenen is totaal op en er zit al een scheur in. Misschien is daar ook wel iets aan te doen.

Kinderen en typisch huis in NigerDe stad ziet er ook uit als een typische Sahelstad. Stoffig. De meeste straten zijn onverhard en er is bijna alleen laagbouw. De meeste huizen zijn van ongebakken klei gemaakt in de typische blokkerige stijl die bij de streek hoort. De huizen hebben een rand op het dak waar stukken buis doorheen steken om water af te voeren als het regent. Overal lopen geiten, kippen en ezels. Maar daar zijn we al lang aan gewend.

Als we even stil staan om ons te orienteren komen er twee jongens naar ons toe die zich opwerpen als gidsen. Daar zitten we niet speciaal op te wachten, maar het blijkt moeilijk om van ze af te komen. Na enige omzwervingen brengen ze ons naar het hotel dat we zelf ook al hadden uitgezocht. En dan moet er natuurlijk een cadeau komen. Onder andere omdat we al gezien hebben dat de motoren niet echt achter slot en grendel kunnen staan, willen we liever geen kwaaie vrienden maken; uit de koffer komen twee baseballpetjes die we ergens gekregen hebben. Het blijkt een perfect cadeau te zijn en de heren gaan tevreden naar huis. Iedereen blij.

Het hotel is eenvoudig en niet echt goedkoop, maar het voldoet absoluut. Er is een binnenplaats met een boom waarin verbazend kleurige kleine vogeltjes zitten. We hebben een kamer op de tweede verdieping aan een open galerij. De matras ziet er niet al te schoon uit en we gebruiken liever onze matjes. De kamer heeft een hoog plafond en we kunnen niets vinden om onze klamboe aan op te hangen; maar met enig klimwerk slaagt Gerben erin mijn zakmes met de kurkentrekker in het plafond te schroeven. Prima klamboehaak. We wassen ons met een emmertje water, en fris en wel gaan we de stad bekijken.

's Avonds eten we een eenvoudig hapje in het hotel, en ik repareer de tent door de gescheurde nok met een heleboel kleine steekjes dicht te stikken en daarna een sterke, flexibele lijm over de hechting uit te smeren. Na een dagje drogen zal dat wel weer houden.

De volgende dag gaan we op bezoek bij een kleermaker om Gerben's broek te laten maken.
We leggen uit wat we willen: nieuwe stukken, van jeansstof, op de bovenbenen genaaid, net over het kevlar heen (voor sterkte) maar niet door de protectorzakjes. De kleermaker knikt en zegt dat hij het begrijpt en dat het 's middags klaar zal zijn. Granaatappel
In de warme middag loopt Gerben nog eens langs om te informeren, maar ze hebben de juiste stof nog niet gevonden en zijn er nog niet aan begonnen. Ondertussen posten we wat ansichtkaarten en doen wat kleine inkopen. We kopen granaatappels, maar ze blijken onrijp en niet erg lekker.
's Avonds gaan we weer naar de kleermaker om te zien hoe het met de broek staat; hij is er net aan begonnen. En gelukkig is hij nog niet erg ver gekomen, want het blijkt dat hij geen geschikte spijkerstof heeft kunnen vinden, en daarom maar gekozen heeft voor knalrood fluweel! Hij is ook nog bezig om de lapjes dwars over de kevlar zakjes heen te zetten, zodat de protectoren er niet meer in zullen kunnen. Blijkbaar is onze uitleg niet erg duidelijk geweest.
Gerben ziet niks in het rode fluweel en loopt bij de buurman binnen, die handelaar in stoffen is; hij vindt een stuk stevige donkerblauwe katoenen stof, bedoeld voor werkkleding. Voor twee gulden kopen we een meter en leggen nogmaals uit hoe het erop moet komen. 's Avonds laat zou het klaar zijn... en jawel, de eigenaar is al vertrokken maar het licht in de winkel is nog aan als we gaan kijken en de broek ligt klaar. We leggen het afgesproken bedrag op tafel en nemen de broek mee; een deel van de blauwe stof laten we achter als fooi.

Dit keer is het wel goed gestikt, maar helaas aan een kant niet op de kevlarstof, maar net ernaast.
Zodat de volgende dag de broek daar alsnog scheurt en we het gedeeltelijk met de hand over moeten doen.

En pas dan kom ik erachter dat mijn zakmes nog steeds in het plafond zit.

Terug naar de index